Reisreportage Rhodos

Het Griekse eiland Rhodos kende vele bezetters. Na de kruisridders kwamen de Turken en vervolgens de Italianen. Nu wordt het eiland platgelopen door toeristen. Is Rhodos nog enigszins authentiek te noemen? Conny Verweij nam zoveel mogelijk 'achterdeuren' en merkte dat er nog veel te ontdekken valt.

Ik baan me een weg door de drommen toeristen. Er wordt tegen me aan geduwd en op mijn tenen getrapt. Felle neonreclames schitteren voor mijn ogen. Discomuziek dreunt in mijn hoofd. Rijen obers in witte overhemden met zwarte strikjes staan me op te wachten. De strikjes willen me volproppen met vette happen om me daarna veel geld afhandig te maken. Opeens ben ik omringd door honderden strikjes. Ze trekken aan m'n armen en plukken aan mijn kleding. Dan pakt iemand me bij m'n enkel. Weg, trap ik, laat me los. Ik schrik wakker. Als ik overeind kom, zie ik dat het een oude man was die aan mijn voet zat. Ik ben aan boord van een veerboot. Hij heeft me wakker gemaakt omdat ik nog voor de overtocht moet betalen. Slaapdronken vis ik mijn portemonnee uit mijn tas. Ik ben de enige buitenlandse toerist aan boord van de Nikos Expres, die een veerdienst onderhoudt tussen het kleine, rustige Chalki en het grote, toeristische Rhodos. Net als de Grieken die met mij in het vissersplaatsje Kamirou Skala aankomen, betreed ik Rhodos via de achterdeur.

KOKENDE OLIE, PEK EN STENEN

Twee eeuwen lang was Rhodos een bolwerk van het christendom. De johannieters, een groep kruisridders die uit Palestina was verdreven, had het strategisch gelegen eiland als uitvalsbasis gekozen. Vanaf de vestingmuur die nog steeds als een massieve ring om het oude stadsdeel ligt, sloegen zij in de Middeleeuwen hun islamitische aanvallers van zich af. Hoe veilig moeten de ridders zich hier hebben gevoeld. En hoe machtig, tot hun voorraden aan het eind van 1522 waren uitgeput en de Turkse sultan Suleiman het eiland kon innemen. Waar eens de kokende olie en pek naar beneden werd gegooid, hangt nu de paarse bougainville in sierlijke strengen over de muur.

RIDDERSTRAAT

 In de Ridderstraat of Ipoton, zoals het naambordje aangeeft, is het opvallend rustig. Hier bevinden zich de herbergen waar de ridders verbleven. De straat loopt onder enkele bogen door omhoog tot aan het Grootmeesterspaleis. Ik waan me er in de Middeleeuwen. Omhoogkijkend zie ik hoe een langgerekt silhouet aan het eind van de straat scherp afsteekt tegen de middaglucht. Een ridder te paard in purperrode mantel met wit kruis, klaar om ten strijde te trekken? En verbeeld ik het me nou of hoor ik daar de ijle klanken van een luit? Het silhouet dat over de kinderhoofdjes naar beneden komt gehobbeld, is geen ridder te paard maar een man op een brommer. En het is de plaatselijke muziekschool die pianoklanken verspreid.

 Gepubliceerd in ANWB Reizen, februari 1997